dinsdag 20 november 2012

 

A Secret Garden For My King
 
I have a secret garden a place of joy and rest with living springs and fountains and fragrant fruitfulness. My garden is reserved for my sweet beloved King. No other one may enter for His is everything.
Oh, come sweet Jesus and dwell within Your garden. Delight Yourself in what You have created. Come sweet Jesus let nothing come between us. My heart is Yours and Yours alone, a garden for my King.
Come winds of fresh revival, renew and cleanse my heart. Come blow upon this garden, it fragrance spread abroad. Let sweet refreshing rains fall, the sun to shine on me. Your love is what I long for, come my beloved King.
Oh, come sweet Jesus and dwell within Your garden. Delight Yourself in what You have created. Come sweet Jesus let nothing come between us. My heart is Yours and Yours alone, a garden for my King.
Oh, come sweet Jesus and dwell within Your garden. Delight Yourself in what You have created. Come sweet Jesus let nothing come between us. My heart is Yours and Yours alone, a garden for my King.
My heart is Yours and Yours alone, my heart is Yours and Yours alone, my heart is Yours and Yours alone, a garden for my King.
My heart is Yours and Yours alone, a garden for my King.

Susan Tolle-Knight

woensdag 18 april 2012

Het paradijs in jouw hart





Het paradijs in jouw hart

De schepper van het paradijs wil van jouw hart
een Hof van Eden maken!

Beste lezers,
Onze wereld is voor een groot deel verpest door de geldzucht en onverschilligheid van de zondige mensen. Je vind niet zoveel plaatsen meer waar je de oorspronkelijke paradijselijke schoonheid kunt zien, die God gemaakt had op aarde.

God zag het en zei zelf, diep
onder de indruk: ‘Het is zeer goed.’
Gelukkig zijn er nog plaatsen om ons heen waar je restanten kunt vinden van Gods wondermooie schepping. Niets is nog zo mooi als toen het was vòòr de zondvloed, die de aarde verwoestte, maar toch zie je hier en daar nog kostbare parels van Gods schepping.

Gelukkig is God nog steeds de Schepper. En Hij wil het paradijs in jouw hart herscheppen!
De eerste mens was volmaakt geschapen naar het beeld van God. We kunnen ons niet indenken hoe PUUR die mens was, zonder besmetting van het kwaad, zonder angst, zonder haat.

Zo wilde God de mens hebben: een wondermooie, zuivere afstraling van Hemzelf.
Maar de duisternis verleidde de mens om het kwaad toe te staan en alles veranderde...
Nu wil God ons echter herscheppen, ons helemaal nieuw maken. Hij wil ons een compleet nieuw hart geven, door de heilige Geest. De oorspronkelijke schoonheid die Hij legde in de eerste mens wil Hij herstellen in jou, en nog meer zelfs.

'Volgens zijn plan heeft hij
ons nieuw leven gegeven
door de verkondiging van de waarheid,
zodat wij in zekere zin de eersten
van de nieuwe schepping zijn.'
(Jakobus 1:18)

Jezus Christus is gekomen, als de Zoon van God, om je vrij te maken van het kwaad. Hij is aan het kruis gestorven als een Lam, dat geofferd werd als verzoeningsoffer voor de mensen.

Als je Hem aanroept als je verlosser en zijn vergeving ontvangt, dan geeft Hij je een compleet nieuw hart, dat zonder zonde is.
We hebben wel de keuze of we in die nieuwe gesteldheid leven of niet. Je kunt nog steeds haat, zelfzucht en oneerlijkheid de kans geven zich in je hart te nestelen.

'Maar jij hebt Christus leren kennen! Je hebt van hem gehoord, je bent in hem onderwezen en hebt geleerd wat de waarheid van Jezus is.
Laat daarom je vroegere manier van leven varen en leg de oude mens af die, geleid door valse verlangens, de ondergang tegemoet gaat.
Vernieuw de geest die je denken beheerst. Doe de nieuwe mens aan die naar het beeld van God geschapen is in ware eerlijkheid en heiligheid.'
(Efeze 4:20-24).'

Door de verlossing die Jezus je geeft, heb je de kans gekregen jezelf samen met Jezus aan het kruis te laten nagelen, zodat je oude, slechte mens sterft. Dan sta je samen met Jezus op uit de dood en leef je als een nieuw mens. Verlost van het kwaad, verlost van je zelfzucht.

'Want wie één is geworden met Christus, is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.'
(2 Korinthe 5:17)
En dan kun je leven in de liefde die God is.
Wondermooi is dat!
Wat een paradijs is je eigen hart dan...

Veel groetjes,
David Sorensen

vrijdag 14 oktober 2011

The Secret Garden

Truth reveals her secret beauty,

Under spell of seductive silence.

Before that,

All must burn in flames of love.

Shout or cry does not make a difference.

I looked everywhere in search of you,

When Phoenix raised from ashes,

I could look inside,

For the first time with no blur,

Then I found you there,

Smiling, loving me.

What is changing,

Is the surface,

The essence is unchanged.

I know in spring you will find me again,

Before that, my beloved,

we have no choice

But to surrender to flames,

To what seems the angel of death.

Flames burns the illusion of clay,

And what it represents.

Then we become free

To travel beyond world

of dimensions and forms.

We will find a gateway

to the secret garden

Where everything is possible.

Step into the garden,

From there, look inside,

You will find me there,

Smiling, loving you.

We never left each other.

May the moment of truth,

Reveals the secret path of eternal love

With the sacred seal to bond our earthy clays together

In service of one Soul.

In happiness.

© Serena Devi, Feb 2010, Thornhill Canada

A garden inclosed













A garden inclosed
Im, his spouse a spring shut up a fountain sealed.
Thy plants are an orchard of pomegrantes with pleasant fruits,
camphire with spikenard.
Yes Spikenard and saffron and with all trees of frankincense and with all chief spices.
That is how Im for my beloved .
A Fountains of garden a well of living waters and streams
for Im my beloved and he is mine .

Song of Solomon.

woensdag 12 oktober 2011

Eyes only for You - Misty Edwards - Lyrics













Your steadfast love has captured My heart
Breaking through the years of My shame
You've quickly become the Lover of My soul
And I tell You it will always be the same

For I have set My heart toward You, Oh Lord
As I dwell in Your courts forevermore
Others call My name and beckon Me to come
Oh but I, I have eyes for only You
I will always have eyes for only You

I sing this song that all others may know
My heart is steadfast, never to be moved
Distractions worthy, Oh they fight for my desire
but my devotion will only be proved

"I am my Beloved's, Oh and He is mine"
These are the words that echo through My soul
"Oh how She loves Him" the Angels do say
Through the ages the story will be told

For I have set My heart toward You, Oh Lord
As I dwell in Your courts forevermore
Others call My name and beckon Me to come
Oh but I, I have eyes for only You
I will always have eyes for only You

Eyes only for You - Misty Edwards

zondag 9 oktober 2011

Garden of Secrets Lyrics







Garden of Secrets Lyrics

Title track from the album Garden of Secrets.
Originally written in Hebrew. From: Shani Ferguson
Inspired from the romance in the Song of Solomon.



There's a garden it's full of secrets
He is calling me to come in
He takes my hand and draws me in

He is watching and beckoning me
eyes that whisper mysteries
of a lover king who has chosen me
oh this lover king

My heart is pounding in my chest
from words he speaks when love's expressed
his nearness takes away my breath

His arms wrap around me in perfect embrace
in the garden we dance and he lifts up my face
and my heart it melts as I gaze in the eyes of my love

His words are a balm healing pain from the past
from the lovers I had that I knew wouldn't last
and my heart is swept away by the depth of this love

His words are a balm healing pain from the past
from the lovers I had that I knew wouldn't last
and I will rest in this love forever


All rights reserved. Copyright: Music and Lyrics by Stefan Mihaescu and Shani Ferguson



Garden of Secrets - Shani Ferguson

zaterdag 24 september 2011

Onze Vader - Gebed












Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader














Onze Vader
Tekst & Muziek: Elly & Rikkert Zuiderveld

Onze Vader die in de hemelen zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede
Op aarde zoals in de hemel

Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden
Gelijk ook wij aan anderen vergeven
En leidt ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van de boze

Want van U is het koninkrijk
En de kracht en de heerlijkheid
Tot in eeuwigheid
In eeuwigheid
Amen

Staat op: Geloven als een kind

vrijdag 23 september 2011

De Tuin van God 1















Soms loop ik in het park
door een veld van madelieven
dan zingt het in mijn hart
hier plantte God Zijn Liefde

zo was het al in den Beginne
zo is het nog altijd
hier komt een mens bij zinne
hier is het dat ik blijf

dit veld niet meer verlaten
niet meer terug naar 't beton
naar die overvolle straten
als dit eens duren kon

ik pluk en vlecht een krans
geef ze thuis wat water
nooit had de kamer deze glans
door hen groet mij de Vader

God's genade geneest










Gods genade geneest
Geschreven door Willem de Vink






Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.
Hebreeën 12:15

Verbittering rooft geloof. Dat werkt zo. Als je teleurgesteld wordt, wil je dat de ander betaald zetten. Je vertrouwt niet langer op God, maar neemt zelf het heft in handen. Het is gedaan met de rust.

Genade leert ons echter dat Jezus alle schuld op zich nam, zodat we alleen nog maar kunnen vergeven. Als we desondanks verbitterd blijven, verliezen we ons geloof in Gods genade. In plaats daarvan hopen we op Gods oordeel. Hij moet het de ander betaald zetten (en anders doen we het zelf wel).

Uitspraken over Gods oordeel komen vaak voort vanuit verbittering. Je kunt teleurgesteld zijn in mensen, geworsteld hebben met hun aanwezigheid in je leven. Soms met mensen die je juist heel nabij waren, zoals je ouders, geestelijke leiders of vrienden. Mensen die je dacht te vertrouwen, die je als voorbeelden zag, maar die door de mand vielen. Dan denk je dat je boosheid gerechtvaardigd is en verwijs je maar wat graag naar Gods oordeel. Maar hoe begrijpelijk ook, je houdt op dat moment geen rekening met Gods genade en geduld.

Soms moet je eerst zelf ontdekken hoeveel genade en geduld God met jou heeft, voordat je het je kunt voorstellen dat Hij dat misschien ook wel met anderen heeft. De diepte van Gods genade reikt dieper dan de diepte van welke zonde dan ook. Wie ben jij dan om de ander te veroordelen?

Je kunt zelfs boos zijn op de hele wereld, maar is Jezus niet juist voor die hele wereld gekomen?

Tip – Ben je boos en verbitterd? Zegen de mensen waar je boos op bent.

van: Willem de vink

Garden by Misty Edwards

Paradijs -studie















Glorie van de mens.

We moeten niet gering denken over het glorierijke leven dat Adam en Eva in het begin bezaten. God had hen volmaakt geschapen:

"Toch hebt Gij hem (=de mens) bijna goddelijk gemaakt en hem met heerlijkheid en luister gekroond." (Psalm 8:6)

Adam en Eva droegen geen kleding, maar waren bekleed met Gods glorie. Er was geen plaats voor dood, ziekte of pijn. Ze waren een afstraling van Gods heiligheid en aantrekkelijkheid (zie "Mens geschapen als man en vrouw" in studiedeel "Schepping"). Door de zonde zouden ze die goddelijke glorie later verliezen (Rom.3:23) maar in het begin hadden ze die nog volledig. Die glorie hield in dat ze een reine onbevangenheid hadden naar God en in volmaakte harmonie leefden met God, met hun omgeving, met elkaar en met zichzelf. Ze waren niet geneigd tot zonde, maar om het goede te doen.

Tuin van Eden
In de Bijbel lezen we over de "tuin van Eden", de meest volmaakte leefplek op aarde, die we meestal het "paradijs" noemen. God had dit onbeschrijfelijk mooie lustoord speciaal voor Adam en Eva klaargemaakt als woonplaats. God is altijd heel perfectionistisch als het gaat om zegeningen voor zijn schepping. Alleen het allerbeste was goed genoeg voor de mens, het kroonjuweel van zijn schepping.

Het paradijs lag op een berg of op een heuvel, want in Eden ontsprong een bron die zich splitste in vier machtige rivieren. Die bron moet dus relatief hooggelegen zijn. Als we in het bijbelboek Openbaring lezen over het nieuwe Jeruzalem, dan zien we een vergelijkbaar beeld. Die stad zal ook hooggelegen zijn (Op.21:16) met een rivier, die vanuit het centrum ontspringt (Op.22:1). Hier komen het eerste en het laatste paradijs als het ware bij elkaar.

Heersen over de aarde, te beginnen bij het paradijs
In Genesis 1:28 lezen we dat God aan de mens opdroeg om de aarde te onderwerpen. In Genesis 2:15 lezen we dat hij moest beginnen met het beheren van het paradijs. De tuin van Eden was bedoeld als het centrum van de wereld, een paradijselijke residentie van waaruit koning Adam namens zijn Schepper heerschappij zou voeren over de aarde.

Licht en duister
De aarde, zoals God die had geschapen (of herschapen), was volmaakt goed. En toch lag er een schaduw over de aarde: de aanwezigheid van satan. Ook het feit dat elke dag gevolgd werd door een nacht wijst op het feit dat in geestelijke zin de duisternis naast het licht bestond op aarde. Pas veel later, op de nieuwe aarde, zal er geen nacht meer zijn (Op.21:25). God zal dan immers zelf op de nieuwe aarde wonen en satan zal daar niet kunnen komen.

God heeft Adam ongetwijfeld ingelicht over de dreiging vanuit het rijk van satan. Niet voor niets had hij de opdracht gekregen om de tuin te BEWAKEN! De opdracht om de tuin te bewaken en de aarde te onderwerpen zou boven zijn vermogen gaan, maar met Gods hulp zou het zeker moeten lukken. Via de levensboom zou de mens de benodigde kracht ontvangen om de tegenstander te verslaan, maar in zichzelf was hij niet opgewassen tegen deze geduchte tegenstander.

Planten- en dierenrijk
Zonder twijfel was er een open communicatie tussen God en Adam. Het wandelen met God in de koelte van de avondwind (Gen.3:8) was mogelijk een dagelijkse ontmoeting. Bij die gelegenheden zal God ongetwijfeld heel veel aan Adam hebben verteld over het beheren van het paradijs, het omzien naar de plantenwereld en over allerlei geheimen van de schepping. Vervolgens liet God Adam kennismaken met de dierenwereld. God wilde dat Adam de dieren namen gaf, om daarmee zijn heerschappij over de dierenwereld te vestigen (Gen.2:19-20). Zo ontmoetten de dieren hun koning.

Eva
Hoewel Adam vast erg gelukkig was in die eerste tijd, was hij nog niet compleet. God liet hem zelf zijn behoefte aan een menselijke partner ontdekken. Vervolgens schiep God de vrouw op een heel opmerkelijke manier (Gen.2:21-22). Terwijl Adam in coma was (een uitzonderlijk diepe slaap), nam God een rib uit zijn lijf en maakte daar een vrouw van. Eva werd geboren ten koste van Adam. Evenals de Gemeente van Christus is ontstaan uit het sterven van Christus, zo is Eva ontstaan bij een soort doodsslaap van Adam. In dat opzicht lijken de eerste Adam en de Tweede Adam (=Jezus) op elkaar. In beide gevallen zien we leven ontstaan uit de dood en dat principe zien we steeds terug in de Bijbel.

Man en vrouw werden geschapen tot een twee-eenheid. Samen zouden ze een compleet evenbeeld zijn van de heilige, liefdevolle Schepper. De manier waarop dit gebeurde zegt iets van Gods bedoelingen voor man en vrouw: Het feit dat eerst Adam en vervolgens Eva uit Adam is geschapen, geeft op een natuurlijke wijze aan dat Adam de leider was van de twee-eenheid van man en vrouw. Het feite dat de vrouw is ontstaan ten koste van de man geeft aan dat de man in een houding van zelfopofferende liefde het welzijn van zijn vrouw moet zoeken. Deze principes van leiderschap en zelfopoffering vinden we terug in Efeziërs 5:22-33. Daar heeft Paulus het over de verhouding tussen man en vrouw en die tussen Christus en de Gemeente.

www.bijbelstudie.org

Adam, waar ben je?



















Adam, waar ben je?

Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Genesis 3:8-9

Als we zo lezen in Genesis dan is God gewent om iedere avond op “visite” te komen bij Adam en Eva. Zo was het ook deze avond.God komt de tuin in lopen, Hij weet allang wat er is gebeurd. Maar toch, Hij komt de tuin in wandelen. God stormt niet in boosheid de tuin in, nee Hij loopt zoals iedere avond en roept Adam.

Hij is niet boos, ik denk eerder verdrietig. Hij weet wat de consequenties zijn van de stap die ze genomen hebben. En aangezien God altijd rechtvaardig handelt zullen ook Adam en Eva deze straf moeten ondergaan.

Kunt u Hem horen roepen, met pijn in Zijn hart: ”Waar ben je”? God weet wel waar hij is maar Hij wil dat Adam zelf naar Hem toe komt.


Om hun naaktheid te verbergen heeft God het eerste bloed laten vloeien, om zo voor hen kleren te kunnen maken van dierenhuid. Dat was zo'n 6000 jaar geleden. Hoort u Hem nu ook roepen ? Adam waar ben je? Tegen al die mensen die niet weten wat een prachtig geschenk God gegeven heeft in Zijn Zoon Jezus Christus.

Maar Hij roept ook naar u! Kom naar Mij met je zorgen en problemen. Zoek Mij als je het moeilijk hebt. Ik sta voor je klaar, Ik ben er altijd. Pak Mijn hand en laat Mij je troosten.
Ik zie je nood!

Geef al je zorgen en problemen aan Mij, want Ik hou van je en zorg voor je.

www.rejoicenow.nl

De Tuin van God 2














Een ieder mag die tuin ingaan,
de toegang is er vrij.
ik zie de mooiste bloemen staan,
ook prikkelstruiken staan erbij.

Er loopt een kronkelpad doorheen,
bleef in het rechte spoor.
toen plots de tuinman mij verscheen,
Hij zei niet schrikken hoor.

Ik werk hier al een eeuwigheid,
en doe mijn werk met ijver.
en alles wat niet goed gedijt,
zet ik vlakbij de vijver.

Maar 't onkruid groeit de perken uit,
't is onbegonnen werk dit keer.
Ik denk dat ik het tuinhek sluit,
de tuin eens grondig renoveer.

En dié daar vroeg ik opgewonden,
die staan nog helemaal in knop.
daar heb Ik al wat op gevonden,
zie je die boom daar verderop?

Die mooie boom daar bij het water,
alles wat bloeit en wat ontluikt,
zet ik daar neer voor als ik later,
het tuinhek na mijn werk ontsluit.

Mijn adem brengt alles tot leven,
Het onkruid in een diepe krater.
voeding en zegen zal ik geven,
van die boom met levend water.

Anton van der Haar

De Tuin van God 3

Soms loop ik in het park
door een veld van madelieven
dan zingt het in mijn hart
hier plantte God Zijn Liefde

zo was het al in den Beginne
zo is het nog altijd
hier komt een mens bij zinne
hier is het dat ik blijf

dit veld niet meer verlaten
niet meer terug naar 't beton
naar die overvolle straten
als dit eens duren kon

ik pluk en vlecht een krans
geef ze thuis wat water
nooit had de kamer deze glans
door hen groet mij de Vader

consemulder, jose

De Hof van Eden

Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. 9 Ook deed de HERE God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad.
10 Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen. 11 De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is; 12 en het goud van dat land is goed; daar is de balsemhars en de steen chrysopraas. 13 De naam van de tweede rivier is Gichon; deze stroomt om het gehele land Ethiopië. 14 De naam van de derde rivier is Tigris; deze stroomt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat.
15 En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. 16 En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, 17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
18 En de HERE God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. 19 En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten. 20 En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste. 21 Toen deed de HERE God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. 22 En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. 23 Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal „mannin” heten, omdat zij uit de man genomen is. 24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn. 25 En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkaar.

Genesis 1: 8-25

Weg uit de Hof van Eden

De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot d: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? 2 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, 5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult e vrouwzijn, kennende goed en kwaad. 6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. 7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.
8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.
9 En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij? 10 En hij zeide: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. 11 En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? 12 Toen zeide de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. 13 Daarop zeide de HERE God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten. 14 Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. 15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. 16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden. 21 En de HERE God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede.
22 En de HERE God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven. 23 Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. 24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer
wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.

Genesis 3